Home Katten Schildklierproblemen
Schildklier problemen Print E-mail

Een te sterk werkende schildklier is de meest voorkomende hormoonziekte bij de kat. Deze aandoening komt voor bij oudere katten (gemiddeld 13 jaar). In het algemeen kan worden gezegd dat de aandoening bijna niet voorkomt bij katten jonger dan 8 jaar. Het is niet ras- of geslachtsgebonden.  

De schildklier bij de kat zijn 2 aparte knobbels die naast de luchtpijp liggen in de keelstreek. Onder normale omstandigheden is de schildklier niet voelbaar.

 

Verschijnselen
- vermageren, heel vaak is er een duidelijk gewichtsverlies, ondanks een normale tot toegenomen eetlust (in 88% van de gevallen)
- gedragsveranderingen, vaak heel druk, rusteloos, veel miauwen, weinig slapen en snel wakker, zeer snel hijgen na inspanning
- braken komt in 44% van de gevallen voor
- veel drinken, veel plassen in 80% van de gevallen
- hartproblemen, omdat een teveel aan schildklierhormoon de stofwisseling opjaagt, wordt het hart zwaarder belast,
  en kunnen er hartspier aandoeningen ontstaan (hypertrofische cardiomyopathie)
- vachtproblemen, doordat de dieren zich vaak slechter verzorgen

 

Diagnose
De verschijnselen van deze aandoening zijn zeer langzaam progressief, en kunnen gering of ernstig zijn. Gezien het feit dat de meeste katten een goede eetlust houden en zeer actief zijn, wordt de gang naar de dierenarts niet snel gemaakt. Bij een kat die gezien de verschijnselen van deze aandoening verdacht wordt, wordt de definitieve diagnose gesteld met behulp van bloedonderzoek.

 

Behandeling
1. medicijnen, schildklierhormoon blokkers, die de aanmaak van schildklierhormoon blokkeren.
    Meestal moeten deze medicijnen levenslang gegeven worden. Het is belangrijk om te controleren
    of deze medicijnen voldoende effect geven, of soms de productie van de schildklierhormoon teveel onderdrukken. 

2. chirurgische behandeling, je kunt ook de schildklier weghalen. Dit heeft als nadeel dat gemakkelijk de bijschildklier
    beschadigd raakt. Als de hele schildklier verwijderd wordt, moet dagelijks schildklierhormoon gegeven worden.

 

Najaar 2001

Esther Terpstra en Hans Vestjens.