Home Katten Tanden en kiezen Resorptie van gebitselementen
Resorptie van gebitselementen Print E-mail

Resorptie van gebitselementen: Feline Odontoclastic Resorptive Lesions (FORL’s)

Hoe vaak komt het voor?
Het komt vaak voor bij katten dat gebitselementen geresorbeerd/opgelost worden. Volgens de literatuur zou het bij 28,5-67% van de katten voorkomen. Hoe ouder de kat is, des te vaker komt het voor. 
Rsorptie van elementen kan optreden aan elk element, maar komt het vaakst voor bij de eerste kies (P3) in de onderkaak. Het patroon is vaak opvallend symmetrisch, dus als P3 aan de linkerkaak een FORL heeft, dan is dit vaak ook het geval bij P3 aan de rechterzijde. 
Als een kat eenmaal FORL’s aan een element heeft, is het zeker dat er na verloop van tijd bij andere elementen ook resorptie zal optreden.

De opbouw van een gebitselement in het kort: 
Een gebitselement bestaat grofweg uit 2 delen: 
1. De kroon: dit is het gedeelte van het element dat boven het kaakbot uitsteekt, het gedeelte dat je dus kunt zien. 
2. De wortel: het gedeelte van het element dat in het kaakbot gelegen is en dat je alleen in beeld kunt brengen door het maken van een röntgenfoto.

De wortel wordt aan de buitenkant bekleed met cement, de kroon met glazuur. De binnenkant van zowel de wortel als de kroon bestaat uit dentine, met centraal daarin het wortelkanaal. In het wortelkanaal bevinden zich o.a. bloedvaten en zenuwen.

Wat is een FORL?
Het proces van resorptie/oplossing begint altijd in de wortel, waarbij lichaamseigen cellen er voor zorgen dat de harde weefsels van de wortel opgelost worden. Dit is altijd progressief. Omdat de resorptie in de wortels begint, kan het proces al aan de gang zijn terwijl er met het blote oog niks van te zien is.

In het begin gaat het proces niet gepaard met pijn, maar als de oplossing zover is dat het wortelkanaal aangetast is, is er wel sprake van pijn. In het wortelkanaal bevinden zich namelijk zenuwen. 
Door de oplossing  van de wortel verzwakt een element heel erg, waardoor minimaal trauma (bijv. kauwen) er voor kan zorgen dat het element afbreekt en er een gedeeltelijk geresorbeerde wortel achterblijft in het kaakbot.

Het proces wordt pas zichtbaar als het zover is uitgebreid dat er ook sprake is van oplossing in de kroon. Je ziet het dan pas als er een gat in het glazuur komt te zitten. Op dat moment is het dus al een tijd aan de gang en is er dus ook aprake van een uitgebreide oplossing van de wortel, waarbij mogelijk het wortelkanaal betrokken is.



In het meest linker en het meest rechter element op deze foto is het heel duidelijk dat er delen opgelost zijn van de wortel en zelfs ook al van de kroon.



Het meest linkerelement op bovenstaande foto bevat een grote FORL. In tegenstelling tot beide andere elementen bevatten de wortel en de kroon een groot zwart gebied: dit is reeds opgelost. De begrenzing van het element is (nog) onveranderd. Deze foto illustreert dat röntgenfoto’s in veel gevallen nodig zijn om de diagnose te stellen. Bij dit element is er aan de buitenkant nog niks te zien.

Hoe kun je FORL’s voorkomen?
Het is niet bekend wat de oorzaak is van de resorptie van het gebitselement en daarom kun je dus ook niks doen om het te voorkomen.

De diagnose: 
De enige manier om tijdig een FORL te diagnosticeren is door middel van het maken van een röntgenfoto. Alleen bij de elementen waarbij er sprake is van een zodanig uitgebreide resorptie dat ook de kroon mee doet, kun je de FORL’s zonder röntgenfoto zien.

De prognose: 
Katten met FORL’s zullen na verloop van tijd ook zeker FORL’s in andere elementen gaan ontwikkelen. Daarom is het heel belangrijk dit in de gaten te houden door op regelmatige basis de wortels van gebitselementen te controleren door middel van rontgenfoto’s.

 

Voorschoren, februari 2010

Marije Baas