De praam PDF Print E-mail
donderdag, 20 november 2008 16:09
De Praam  
 
Toen de mens zich in de loop der eeuwen langzamerhand bekwaamde in de verzorging van zijn kostbare huisdieren werden dwangmiddelen steeds meer gebruikt om het verzet van het dier bij pijnlijke ingrepen te breken.
Een van de oudste middelen die voor dit doel ontwikkeld werd, is de praam. De eerste praamtypes, zoals die gebruikt werden in de oudheid en middeleeuwen, waren ijzeren tangen die op de neusgezet werden. De praam zoals we die nu nog kennen en gebruiken, namelijk een houten stok met daaraan een lus van touw die om de bovenlip gedraaid wordt, dateert uit het einde van de 17e eeuw.
 
De overige vormen van de praam, zoals de poolse praam, waarbij druk wordt uitgeoefend op de mondhoeken, en ook de oorpraam, zullen we hier niet nader bespreken aangezien het feit dat men het er over eens is dat deze pramen minder werkzaam zijn en ook tot ernstige verwondingen en verlammingen kunnen leiden.
De klassieke verklaring voor de werking van de praam die door vrijwel alle auteurs wordt onderschreven is dat de praam het dier een dusdanige pijn bezorgt dat de pijn op een andere plaats onderdrukt wordt. Merkwaardig is echter het feit dat, in tegenstelling tot wat men van het toedienen van een praam zou verwachten, het een min of meer kalmerend effect heeft. Men ziet de paarden namelijk rustiger worden, de oogleden zakken af, ze vertonen een duidelijk verminderd oorspel en na enige tijd nemen ze vaak een dromerige houding aan. Reacties die men niet verwacht bij ernstige pijn. Ook het feit dat de meeste paarden niet erg bang zijn om meerdere malen een praam opgezet te krijgen, doet vermoeden dat de pijntheorie onjuist is.

Onderzoek aan de Rijksuniversiteit te Utrecht heeft aan het licht gebracht dat de werking van de praam een westerse variant is van acupunctuur. De druk op de bovenlip heeft het zelfde effect als het prikken van de naalden bij de acupunctuur. Beide verzorgen bij het prikkelen van zenuwbanen dat er in de hypofyse een stof vrijkomt, het zogenaamde endorfine. Deze morfineachtige stof zorgt voor een verminderde pijngewaarwording en heeft een kalmerende werking op het dier als geheel. Evenals bij de acupunctuur is het effect van een praam niet op elk dier het zelfde.

hans vestjens

 
 Bronnen: Dictaat Wetenschapsfilosofie 1986 T.v.D. (Tijdschrift van Diergeneeskunde) 1-1-1985