Koliek PDF Print E-mail
zondag, 07 september 2008 12:17

Koliek 

De term koliek kan het best omschreven worden door het woord "buikpijn".
Verschijnselen bij een paard met koliek kunnen erg variëren.

Voorbeelden van verschijnselen kunnen zijn:
- Afwisselend liggen en staan
- Rollen
- Kijken naar de buik
- Schrapen, trappen
- Zich laten vallen
- In de plashouding gaan staan
- Achteruitlopen
- Niet willen eten
- Sloom zijn
- Flemen met de bovenlip

De pijn bij koliek wordt veroorzaakt door ofwel spastische krampen van de darm, uitrekking van de darm of ontsteking van de darm of het buikvlies.

Koliek kan veroorzaakt worden door alle organen die zich in de buikholte bevinden. Indien koliek bij een paard herkend wordt, kan men het beste de dierenarts bellen.
Als het paard rustig is kunt u hem best in de stal laten staan, is het paard echter aan het rollen en is er gevaar dat het zichzelf beschadigd is stappen op een zachte bodem beter.In lichte gevallen kan een koliek spontaan overgaan, echter bij ergere gevallen is hulp meestal noodzakelijk. Het gaan liggen van een paard, dat koliek heeft is op zich zelf nog niet zo erg. Wel vervelend is het feit dat sommige paarden zich vastrollen of benen verwonden aan voerbakken en dergelijke. Het feit dat een paard met een acute koliekaanval mest zegt niet zo veel. De darm van een gemiddeld KWPN paard is ongeveer 45 meter lang. De mest die door een paard geproduceerd wordt zit al reeds in de laatste halve meter darm. Bij een paard dat gedurende langere tijd koliek heeft wordt het uiteraard wel weer belangrijk of er mest geproduceerd wordt.

Het voorverhaal

Als wij bij een paard met koliek geroepen worden, zijn in het verhaal over het paard een aantal zaken wezenlijk.

- Hoe lang heeft het paard al koliek; is het moment van de aanvang van de koliek bekend?
- Welke verschijnselen heeft het paard vertoond?
- Betreft het een ruin, hengst of een (drachtige) merrie?
- Ligt er een normale hoeveelheid mest in de stal en hoe ziet de mest eruit?
- Heeft het paard recentelijk nog koliek gehad?
- Hoe is de kwaliteit van het voer en zijn er recentelijk nog rantsoenwisselingen geweest?

Het klinische onderzoek

Tijdens het klinisch onderzoek proberen wij een idee te krijgen omtrent de ernst van de koliek op dat moment.
Criteria zijn onder andere: 

- Hoogte van de hartfrequentie.
- Bevat de buik veel/weinig gas?
- Kleur van de oogslijmvliezen.
- Is het paard erg actief of juist apathisch?
- Zweet het paard?

Bovenstaande gegevens geven ons een indruk omtrent de ernst van de koliek op dat moment.

Bij een patient, die niet als ernstig wordt beoordeeld, wordt meestal een een pijnstiller ingespoten, die ook een ontspannende werking op de darmmusculatuur heeft. In gevallen, die als ernstiger worden ingeschat, wordt het onderzoek uitgebreid. De eventuele overvulling van de maag wordt met een maagsonde gecontroleerd. Een paard kan in principe niet overgeven. Bij een verstopping kan dat betekenen dat de maag uiteindelijk sterk overvuld raakt en zelfs zou kunnen ruptureren (barsten).

Dit risico wordt vermeden door tijdig de maag met een sonde op overvulling te controleren. Als de sonde in de maag zit wordt meestal direct een mild laxeermiddel toegediend. Dit is meestal paraffine.

Het rectale onderzoek

Een tweede uitbreiding van het koliekonderzoek betreft het rectale onderzoek.
De enige manier om een correct rectaal onderzoek uit te voeren is een onderzoek in een noodstal, waarbij hij die het onderzoek uitvoert, zich tegen trappen beschermd weet door een ijzeren deur. Een dergelijk onderzoek moet dus eigenlijk altijd op een kliniek worden uitgevoerd. Een meer oppervlakkig rectaal onderzoek op typische verstoppingskolieken kan bij een mak paard wel op stal plaatsvinden.

Rectaal te stellen diagnoses zijn:

- Flexura pelvina obstructie.
In normaal Nederlands betekent dit een verstopping van de darm in de bocht bij het bekken. Deze verstopping komt relatief vaak voor en heeft over het algemeen goede vooruitzichten. De tijdsduur van deze koliek kan wel eens oplopen tot 10 dagen, maar met gebruik van veel laxeermiddelen is de verstopping met ingedroogde darminhoud te verhelpen. Als deze koliek zich over meerdere dagen gaat uitstrekken, worden de patiënten meestal bij ons in de kliniek opgenomen. De paarden worden met een camera gecontroleerd, waarbij ook de collega's die elders wonen de paarden van afstand kunnen controleren.

- Entrapment van de dikke darm over het milt-nier bandje.
Het linker deel van de dikke darm is middels gasvorming langs de linker buikwand naar boven verplaatst en gaat hangen over een bandje wat de bovenzijde van milt en nier verbindt. Ook deze koliek heeft over het algemeen goede vooruitzichten. De darm kan of via rollen of via laxeren weer op de normale positie terecht komen. Soms is een operatie noodzakelijk.

- Inklemmen van de darm in het lieskanaal bij het mannelijk dier.
De testikels hangen normalerwijze in de balzak buiten het lichaam.  Naar de testikels toe lopen bloedvaten en zaadleider. Als de opening tussen de buikspieren wat aan de grote kant is, kunnen darmdelen in dit lieskanaal ingeklemd raken. Als een groot stuk darm ingeklemd raakt, is deze diagnose ook aan de balzak te stellen.

- Torsio uteri bij de drachtige merrie.
De drachtige baarmoeder is in de lengteas van het paard gedraaid met de klok mee of tegen de klok in. Deze draai moet natuurlijk weer uit de baarmoeder gedraaid worden om complicaties voor moeder en vrucht  te voorkomen. Meestal gebeurt dit operatief.

- Wormaneurisma.
Dit is een door wormlarven aangetast bloedvat. Dit bloedvat takt af van de lichaamsslagader en voorziet de darm van bloed.

- Zandkoliek.
Deze diagnose kan niet gemakkelijk rectaal gesteld worden, echter een rectaal genomen mestmonster kan onder de kraan op de aanwezigheid van zand gecontroleerd worden. Als er mest op de stalbodem ligt, kan deze uiteraard gecontroleerd worden.

Dit overzichtje streeft niet naar volledigheid, maar geeft praktische redenen waarom een rectaal onderzoek zinvol kan zijn.

Het bloedonderzoek 

Een derde uitbreiding betreft een bloedonderzoek.
Dit bloedondezoek kan tweeledig zijn namelijk:

- Een acuut bloedondezoek bij een paard met ernstige koliek, waarbij bepaald wordt of een paard een infuus moet
  krijgen.
-
Een ander bloedonderzoek kan bij paarden, die herhaald koliek hebben gehad, soms iets zeggen over de
  oorzaak van de koliek, bijvoorbeeld worminfecties.Andere uitbreidingen betreffen buikecho en/of een buikpunktie,
  waarbij bepaald wordt hoe de toestand van de darmen is, of er afwijkingen te zien zijn en of er vocht in de
  buikholte is en als dit het geval is, wat het aspect van dit vocht is. 

Voor een aantal van deze uitgebreidere ondezoekingen geldt dus dat een paard op een kliniek moet worden onderzocht.

Een laatste opmerking betreft het al dan niet laxerend zijn van een stof. Het laxerend zijn van een stof houdt in dat of een vet of een wateraantrekkende stof in de darm gebracht wordt. Deze laxerende stof wordt dus niet in het lichaam opgenomen; het blijft in de darm. De door ons gebruikte laxeermiddelen zijn vloeibare paraffine of Natriumsulfaat. Op stal kunnen wortelen of in heet water geweld lijnzaad gebruikt worden. Zemelen werken in de paardendarm niet laxerend.