|
maandag, 21 september 2009 20:11 |
|
Principes van het kreupelheidsonderzoek Bij een kreupel paard, waar geen zwellingen of andere zaken aan het been zijn op te merken, moet er eerst uitgezocht worden van welke structuren de pijn afkomt. Een paard vertelt namelijk niet welk gedeelte van zijn been zeer doet. Meestal is dat ook niet op te maken uit de manier waarop hij kreupel loopt. In het onderbeen van een paard lopen gevoelszenuwen. Deze zenuwen kun je, door er verdovingsvloeistof bij te spuiten, ongevoelig maken. Het is erg goed bekend welke zenuw welk gedeelte van het been van gevoel (pijn) voorziet. Is tien minuten na de verdoving van zo'n zenuw het paard niet meer kreupel, dan is bekend van welk stukje been de kreupelheid afkomstig is. Immers de pijn is (was) voor het paard de reden om kreupel te lopen. Het gevoelloos zijn van delen van zijn been is voor een paard geen reden om anders te gaan lopen, zo leert de ervaring. Ook is het zo dat er bij het paard klaarblijkelijk geen angst bestaat zich pijn te doen aan wat een paar minuten geleden nog zeer deed. Vrijwel meteen nadat de pijn is verdwenen loopt hij ook niet meer kreupel.De verdoving van zenuwbanen om te bepalen in welk gedeelte de pijn zit, geldt alleen voor dat gedeelte van het been waar alleen gevoelszenuwen lopen. Hoger in het been lopen de gevoelszenuwen vaak samen met motorische zenuwen. Een motorische zenuw is een zenuw die een spier de opdracht kan geven om samen te trekken. Op het ogenblik dat zo een bundel door een verdoving wordt uitgeschakeld, werken ook de spieren niet meer die door deze motorische zenuwen worden aangestuurd.
Door middel van röntgenfoto's en/of echo-onderzoek kan uitgezocht worden of er verklaringen voor de pijn te vinden zijn. Het zoeken vindt natuurlijk plaats op die plekken waar de pijn vandaan kwam.In gewrichten zitten alleen gevoelszenuwen. Zijn er röntgenologisch aanwijzingen dat de pijn mogelijk uit een gewricht komt, dan kun je dit controleren door verdovingsvloeistof in het gewricht te spuiten. Is de oorzaak van de pijn in het gewricht, dan is 15 minuten na de verdoving de kreupelheid over, voor zolang de verdoving werkt.Om een kreupelheidsonderzoek goed te kunnen begrijpen, is het erg belangrijk om je te realiseren dat het vinden van een röntgenologische afwijking alleen niet een kreupelheid verklaart. Een matige kwaliteit katrol bijvoorbeeld, wil niet zeggen dat de katrol de oorzaak van de kreupelheid is, terwijl een vrij goede kwaliteit (op de rontgenfoto) van een katrol toch de reden van de kreupelheid kan zijn.
Bij de diagnose moeten er dan ook een aantal factoren samengaan: - Het paard moet na het verdoven van de aangetaste structuur beter (minder kreupel) lopen. - Met de echo of via foto's moet de pijnlijkheid (van een afwijking) te verklaren zijn." - Indien mogelijk moet dit hele beeld in samenspraak zijn met het verhaal over de kreupelheid en de kreupelheid zoals deze op de monsterbaan te zien is.
|