|
Geschreven door Hans Vestjens
|
|
donderdag, 20 november 2008 16:01 |
| | | | | De merrie is een dier waarvan de vruchtbaarheid sterk afhankelijk is van het seizoen. De activiteit van de eierstokken neemt toe naarmate de dagen langer worden en is het best in de maanden mei/juni/juli. De vruchtbaarheid van merries is het best bij veel zonlicht en hogere temperaturen. Bij een koud en donker voorjaar is het aantal geboren veulens het volgende jaar duidelijk lager dan bij een zonnig voorjaar. | | | | De cyclus van een paard duurt gemiddeld 21 dagen (cycluslengtes tussen de 18 en 24 dagen worden ook als normaal beschouwd) De cycluslengte per merrie is constant behalve in het vroege voor- en najaar. De duur van de hengstigheid is gemiddeld 5 dagen (kan per paard nog wel eens variëren). De hengstigheidsduur is per merrie vrij constant, behalve in het begin en op het eind van het seizoen. De eisprong vindt plaats tegen het einde van de hengstigheid. De meeste kans op een bevruchting bestaat als er gedekt of geïnsemineerd wordt rond de eisprong: het meest ideale is iets na de eisprong. | | Sommige merries hebben een bepaalde voorkeur voor een hengst en soms zelfs alleen voor een ruin. Merries met een veulen zullen de hengstigheid vaak minder goed tonen omdat ze het veulen tegen de hengst proberen te beschermen. | | | | Het schouwen van de merrie | | Het schouwen dient bij voorkeur door twee personen te gebeuren, waarbij de een de merrie naar de hengst leidt en de ander op enige afstand schuin achter de merrie gaat staan. Als u zelf uw merrie schouwt dient dit voldoende lang en in alle rust te gebeuren. Breng de merrie naar de hengst waarbij ze van elkaar gescheiden zijn door een halve boxdeur. Laat ze eerst aan elkaar snuffelen. Als dit geen afweerreactie van de merrie oproept, kan men daarna de achterhand van de merrie binnen het bereik van de hengst brengen. | | | | Codering van de hengstigheid | + geen duidelijke tekenen van hengstigheid, de merrie tolereert de nabijheid en het aanraken door de hengst ++ bij het schouwen kromt de merrie de rug, leunt tegen de hengst en 'blitst', dat wil zeggen knipperen met de schede +++ bij het schouwen kromt de merrie met de rug nu heel duidelijk, leunt tegen de schouwhengst, 'blitst' en laat wat urine los. ++++ zelfs zonder lijfelijk contact met de schouwhengst toont de merrie het hele scala van hengstigheidsverschijselen waarbij ze ook de staart opzij houdt en veel urine laat lopen Met betrekking tot de kleur van de urine zal deze in de vroege hengstigheid helder zijn en later (omstreeks de eisprong) troebel geel (jus d' orangekleurig) zijn. | | Individuele verschillen in het tonen van de hengstigheid zijn groot. Het is dan ook van belang een goede indruk te krijgen van het hengstigheidsgedrag van uw merrie. | | Deze informatie is een goede aanvulling op het gynaecologisch onderzoek zodat uw merrie op het meest ideale moment geïnsemineerd kan worden. | | | | Gynaecologisch onderzoek | Voor het onderzoek van de baarmoeder van een paard is het noodzakelijk dat de merrie hengstig is. Bij hengstigheid namelijk is de baarmoedermond open en kunnen we er dus inkomen voor het nemen van baarmoederuitstrijkjes. Ook kunnen we met een endoscoop (camera) in de baarmoeder kijken en eventueel een biopsie nemen. Een baarmoederuitstrijkje is nodig om te kunnen bepalen of een merrie vuil is. Een vuile merrie dient gespoeld te worden. Een biopsie kan nodig zijn om te kijken of de wand van de baarmoeder intact is en derhalve in staat is om voor de voeding van de vruchten zorg te dragen. | | | | De eierstokken | Het paard bezit twee eierstokken, eentje aan de rechterkant en eentje aan de linkerkant. Bij een merrie met een goede cyclus begint in het begin van de hengstigheid een blaasje te groeien waarin zich het rijpende eitje bevindt. Het blaasje (de follikel) produceert het hengstigheidshormoon. Naarmate de follikel harder gegroeid is produceert hij veel hormonen waarbij de hengstigheid optimaal is. Heeft de follikel een grootte (wisselend per merrie) van ongeveer 4 tot 6 cm dan barst de follikel open en komt het eitje in de eileider alwaar bevruchting kan plaats vinden.
| Belangrijkste stoornissen van de eierstokken: - Inactieve eierstokken, als er ondanks het voorjaar en/of zomer geen follikel groeit op de eierstok. Uw merrie wordt dan dus ook niet hengstig. In de winter is dit voor de meeste merries normaal.
- MFO (Multifolliculaire ovaria), Op de eierstok groeien meerdere follikels, samen produceren zij zoveel hengstigheidshormonen dat de merrie wel hengstig wordt maar geen van de follikels groeit uit en er volgt ook geen eisprong. Ze zijn dan ook niet vruchtbaar. De merries laten een matige tot heftige hengstigheid zien die vaak langer duurt dan normaal
| | | | Het insemineren onder de veulenhengstigheid | | De veulenhengstigheid treedt op tussen dag 5 en dag 12 na het veulenen. Het gaat vaak gepaard met wat diarree van het veulen (diarree bij het veulen is geen bewijs van hengstigheid bij de merrie!!!). Alhoewel de veulenhengstigheid van de merrie vaak gepaard gaat met het produceren van een goed ei, is de kans dat de baarmoeder nog niet helemaal schoon is onder de veulenhengstigheid duidelijk groter dan bij andere hengstigheden. Treedt bevruchting op bij een niet schone baarmoeder dan sterft de vrucht na korte of langere tijd. Dus alleen bij een zeer voorspoedig verlopende geboorte (snel afkomen van de nageboorte, niet vuilen, niet inscheuren) is het insemineren van de veulenhengstigheid te overwegen. In alle andere gevallen wordt het ernstig afgeraden. Een methode om toch niet te lang met insemineren te wachten is de merrie op de 19e dag hengstig te spuiten (19e dag na het veulenen). | | |
|
|
Laatst aangepast ( zaterdag, 17 juli 2010 18:47 )
|