DCM of ook wel ‘Dilated Cardiomyopathy’ is een hartprobleem wat we met name bij de hond zien. De kern van het probleem is een verminderde pompfunctie van het hart. In de meeste gevallen is het hart hierbij groot, wijd en zijn de wanden dunner dan normaal (zie figuur hieronder). Omdat het uitgezette hart onvoldoende bloed rond pompt, ontstaan er klachten.

DCM

 Een normaal hart (links) en een hart dat is veranderd ten gevolge van DCM (rechts).

DCM is waarschijnlijk een erfelijke aandoening en wordt het vaakst gezien bij grote hondenrassen zoals:

  • Dobermann pinscher
  • Boxer
  • Deense dog
  • Ierse wolfshond
  • St. Bernard
  • Newfoundlander
  • Amerikaanse cocker spaniël
  • Dalmatiër
  • Portugese waterhond

De aandoening komt even frequent voor bij mannelijke als bij vrouwelijke dieren, maar de mannelijke honden zijn meestal ernstiger aangetast en vertonen op jongere leeftijd verschijnselen.

Wat gebeurt er bij DCM met de patiënt?

Doordat er in de hartspier zelf veranderingen optreden (bijvoorbeeld een vervetting van de spier), kan de hartspier minder goed samenknijpen. Hierdoor pompt het hart per hartslag minder bloed het lichaam in en blijft er na het samenknijpen teveel bloed achter in de hartkamers. Deze hartkamers zullen hierdoor steeds groter worden.

Omdat het lichaam minder bloed ontvangt, gaat de hartslag stijgen en gaat het lichaam extra vocht vasthouden. Dit om ervoor te zorgen dat de organen toch van voldoende zuurstof en voedingsstoffen worden voorzien. Het zieke hart kan dit extra vocht echter niet rondpompen, waardoor de hartkamers steeds groter worden. Door het groter worden van het hart, verandert het hart van vorm en zien we vaak dat er lekkage optreedt van met name de mitraalklep (de klep tussen linkeratrium en linkerventrikel, zie figuur). Deze lekkage versterkt de achteruitgang.

Uiteindelijk zullen bovenstaande processen tot klachten leiden:

  • Door de verminderde pompfunctie krijgt het lichaam minder zuurstof: de hond zal steeds sneller moe worden en uiteindelijk helemaal niet meer kunnen lopen.
  • Door het vasthouden van vocht en door de veranderingen in bloeddruk, zal er oedeem in de longen ontstaan: dit zorgt voor hoesten en benauwdheid.
  • Door verminderde zuurstoftoevoer naar de hersenen of door hartritmestoornissen kan de hond flauwtes vertonen (flauw vallen).

Bij DCM bestaat er een risico op het plotseling dood neervallen.

Diagnostiek DCM

DCM is in het beginstadium vaak niet te achterhalen met een klinisch onderzoek. Er treedt namelijk meestal pas in een laat stadium, of nooit, een hartruis op. De kans dat DCM bij een routinecontrole zoals de vaccinatie wordt vastgesteld is dan dus niet groot.

In een later stadium kunnen we met lichamelijk onderzoek aanwijzingen krijgen voor DCM. De uiteindelijke diagnose kan uitsluitend met behulp van echografie worden gesteld. In sommige gevallen maken we ook een röntgenfoto van de borstholte. Tijdens het echografisch onderzoek zal er ook altijd een hartfilmpje worden gemaakt (een ECG), om te zien of er sprake is van een hartritmestoornis.

Een hond met DCM-achtige verschijnselen kan NOOIT zonder echo behandeld worden! Er bestaat namelijk een andere aandoening die dezelfde verschijnselen geeft, maar die een volkomen andere behandeling vereist.

Therapie DCM

DCM is niet te genezen. Wel kunnen we met medicatie de kwaliteit van leven verbeteren en de levensduur verlengen. De therapie is afhankelijk van het stadium van de ziekte waarin de hond zich bevindt. De meeste patiënten met klachten krijgen meerdere medicijnen.

Monitoring DCM

De meeste patiënten die wij zien met DCM, bevinden zich reeds in een stadium van hartfalen. De monitoring vindt dan plaats aan de hand van de klinische toestand (mate van hoesten, ademhalingsfrequentie). Het herhalen van de echo heeft in deze gevallen weinig toegevoegde waarde. Bij dieren die een hartritmestoornis hebben, zullen we regelmatig een hartfilmpje maken.

Bij rassen of lijnen waar de aandoening veel voorkomt, kan het verstandig zijn om preventief een hartecho te maken, bijvoorbeeld eenmaal per jaar. De diagnose kan dan vroeg gesteld worden.

Prognose DCM

De prognose van DCM is vrij slecht. Gemiddeld leeft een hond met DCM, die in hartfalen op de kliniek wordt aangeboden, nog zo’n 20 weken. Van al deze patiënten zal na 1 jaar nog 30% in leven zijn, na 2 jaar 14%.

Vragen?

Mocht u nog vragen hebben over DCM, u kunt de dierenartsen bereiken tijdens het telefonisch spreekuur (maandag t/m zaterdag tussen 08.00 en 09.00) of maak een afspraak met een dierenarts op onze vestiging in Leiden of Voorschoten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


DCM (Dilated Cardiomyopathy) bij de hond