Urineonderzoek is een gemakkelijke en voor uw dier weinig belastende methode om te bepalen wat de oorzaak is van de klachten.

In de meeste gevallen kunt u zelf de urine opvangen. Hoe u de urine kunt opvangen en moet bewaren leest u hier:

Het urineonderzoek bestaat uit diverse onderdelen:

Biochemisch onderzoek

Hierbij bepalen wij of er bepaalde stoffen zoals glucose, rode bloedcellen of ketonlichamen in de urine aanwezig zijn. Ook wordt de pH gemeten waardoor we een indruk kunnen krijgen of er een ontsteking aanwezig is.

Soortelijk gewicht

Het soortelijk gewicht geeft informatie over de concentratie van de urine. Zeker bij dieren die veel drinken en/of plassen is dit een belangrijk deel van het onderzoek.

Sediment

Daarnaast bekijken wij de urine onder de microscoop. Zo bepalen wij of er rode bloedcellen, bacteriën of blaasgruis in de urine aanwezig is.

Urinekweek

In sommige gevallen is het ook nodig om de urine te kweken. We kijken dan of er bacteriën in de urine zitten en voor welke antibiotica deze gevoelig zijn. Dit onderzoek kan niet met door uzelf opgevangen urine maar doen we met urine die steriel uit de blaas afgenomen is.

Uitgebreidere urineonderzoeken

Het kan voorkomen dat er bij uw dier een ingewikkelder urineonderzoek gedaan moet worden. Bijvoorbeeld om de ziekte van Cushing uit te sluiten of om te kijken of een dier eiwitten verliest via de urine. In dat geval sturen wij de urine op naar een laboratorium.

Foto juniorconsult