Bij uw kat is de diagnose pancreatitis, ofwel een ontsteking van de alvleesklier gesteld. In deze brief informeren wij u over deze aandoening en de behandeling ervan.

Wat doet de pancreas?

De pancreas of alvleesklier is een klein orgaantje voorin de buik. De alvleesklier heeft twee functies. Eén deel maakt het hormoon insuline, wat een belangrijke rol speelt bij de regulatie van het bloedsuiker. Een ander deel van de klier maakt enzymen, welke via een klein kanaaltje in de darm worden afgegeven. Deze enzymen helpen bij het verteren van voedsel. Omdat de enzymen vrij agressieve stoffen zijn, worden ze door het lichaam in een soort pakketjes vervoerd naar de darm. Deze pakketjes worden pas in de darm geactiveerd. De enzymen breken het voedsel af tot kleine deeltjes, die door het lichaam kunnen worden opgenomen.

Wat is pancreatitis?

Pancreatitis is een ontsteking van de alvleesklier. De ontsteking wordt niet veroorzaakt door bacteriën. Door een nog onbekende reden worden de pakketjes met enzymen al in de alvleesklier zelf geactiveerd, waar de enzymen de cellen van de alvleesklier zelf gaan afbreken. Dit geeft een ontstekingsreactie in de alvleesklier zelf en soms ook in het omliggende weefsel, zoals het buikvlies, de darmen, de maag of de lever. De oorzaak van dit probleem bij de kat is meestal niet bekend. Bij mensen wordt het vaak veroorzaakt door drankgebruik, bij honden vaak door het eten van een zeer vette maaltijd (het leegeten van een frituurpan bijvoorbeeld).

Wat zijn de symptomen?

De symptomen van pancreatitis zijn erg uiteenlopend. De meest voorkomende verschijnselen zijn:

  • Braken
  • Uitdroging
  • Een pijnlijke buik
  • Sloomheid
  • Koorts
  • Verminderde eetlust
  • Diarree

De ontsteking kan zowel acuut als chronisch zijn. De acute vorm is vaak heftig: koorts, braken, heftige buikpijn en de dieren zijn meestal heel erg ziek. De chronische vorm daarentegen kan moeilijk op te merken zijn. Soms zijn katten alleen ‘niet zichzelf’, zonder dat u als eigenaar precies kunt aangeven wat er scheelt. Deze variant kan ook op de langere termijn terugkomen en opnieuw problemen veroorzaken.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt gesteld via een bloedonderzoek. Er wordt een meting gedaan van de hoeveelheid enzymen in het bloed. Wanneer deze verhoogd zijn wordt er geadviseerd een echo te maken van de buik om eventuele oorzaken te kunnen vinden. Ook kunnen we hiermee zien of er andere organen zijn aangetast.

Wat is de behandeling?

Omdat we in de meeste gevallen de oorzaak van het probleem niet weten is de behandeling gericht op het ondersteunen van het lichaam. Het lichaam zal uiteindelijk zelf de alvleesklierontsteking moeten genezen. Dit is mede de reden dat het soms lang kan duren.

  • Infuus: Er zal extra vocht worden toegediend om het lichaam te ondersteunen de enzymen uit de alvleesklier af te voeren.
  • Medicatie tegen de misselijkheid: Zorgen dat de kat weer gaat eten is belangrijk als ondersteuning. Dit wordt bereikt door als eerste iets voor te schrijven tegen de misselijkheid en het eventuele braken. Als een kat niet braakt kan deze nog steeds misselijk zijn!
  • Pijnstilling: Ook dit is belangrijk bij alvleesklierontsteking. Vaak is uw kat flink pijnlijk in de buik
  • Vitamine B-12 injecties: Wanneer katten langer niet eten missen zij de opname van vitamine B-12 uit de voeding. Het gebrek wat hierdoor ontstaat kan ervoor zorgen dat uw kat niet wilt gaan eten. Deze injecties dienen wekelijks gegeven te worden tot de kat goed eet.
  • Dwangvoeren: Als de misselijkheid gestopt is, kan het noodzakelijk zijn de kat geforceerd te laten eten, dwangvoeren. Dit zorgt voor voldoende energie voor het lichaam om te gaan herstellen.

In acute, erg zieke gevallen kan een opname noodzakelijk zijn. We zullen de kat dan ondersteunen door middel van een intraveneus infuus en ook is er de mogelijkheid om een voedingssonde te plaatsen naar de maag.

Eten bij een alvleesklierontsteking

Als de kat braakt is het belangrijk dit zo snel mogelijk te stoppen. Hierdoor zal de kat voeding binnen houden en dit bevordert het herstel. Het geven van een licht verteerbaar en vetarm dieet is sterk aan te raden, om de alvleesklier zo min mogelijk te stimuleren. Het belangrijkst is dat uw kat wilt eten. Wat hij wilt eten is minder van belang.

Wat is de prognose?

De meeste dieren met een acute ontsteking genezen volledig. Er is een klein percentage wat ook met alle ondersteuning niet kan herstellen en kan overlijden. 

De dieren met een chronische ontsteking genezen vaak niet geheel. De ontsteking blijft dan op een laag pitje aanwezig en kan af en toe verergeren. Deze dieren houden we op het dieet en behandelen we op het moment dat dit nodig is met ondersteunende medicatie. Hoe vaak de klachten terugkomen is niet te voorspellen. Sommige dieren hebben eens in de 2-3 jaar klachten, andere dieren een paar keer per jaar en bij sommige katten krijgen we de aandoening helemaal niet onder controle. Dit laatste is echter zeldzaam.

Vragen?

Als u nog vragen heeft kunt u telefonisch contact met ons opnemen, tijdens het telefonisch spreekuur tussen 8 en 9 ’s ochtends.