Het onvruchtbaar maken van de teef wordt ‘in de volksmond’ meestal sterilisatie genoemd. Bij de sterilisatie van de teef worden de eileiders onderbroken. Het gevolg hiervan is dat er geen bevruchting kan plaatsvinden, maar de loopsheid blijft bestaan en ook de hieronder genoemde nadelen verdwijnen niet. Bij een castratie worden de eierstokken verwijderd. Aangezien we bij teven de eierstokken (en soms ook de baarmoeder) verwijderen, is het dus eigenlijk juister om van een castratie te spreken. 

Waarom castreren?

Het advies is om iedere teef, waar niet mee gefokt gaat worden, te laten castreren. We adviseren dit om te voorkomen dat de teef op latere leeftijd gezondheidsklachten krijgt, deze worden hieronder toegelicht. Uiteraard zitten er ook een aantal nadelen aan de castratie.

 Voordelen:

  •  Preventie van de loopsheid.
  •  Geen kans op schijndracht.
  •  Geen kans (ongewenste) dracht.
  •  Geen kans meer op een baarmoederontsteking.
  •  Verminderde kans op mammatumoren (=borstkanker).
  •  Preventie van kanker aan de eierstokken en baarmoeder.
  •  Verminderde kans suikerziekte.

Nadelen:

  • Uw hond moet onder narcose. Hoewel dit risico bij een jonge gezonde teef minimaal is, blijft er altijd een klein risico aanwezig.
  • Dikker worden: ons advies is dan ook de castreerde teef wat minder te voeren
  • Het gedrag kan veranderen. In de meeste gevallen zijn de veranderingen mild of niet aanwezig. Bij teven die echter agressief of erg dominant zijn, kan castratie dit gedrag verergeren! Een erg agressieve teef kan dus een reden zijn om de operatie niet uit te voeren.
  • De hond kan incontinent worden. De geslachtshormonen zorgen er namelijk voor dat het slijmvlies van de sluitspier van de blaas dik blijft. In afwezigheid van deze hormonen wordt het slijmvlies wat dunner en kan het zijn dat de hond wat urine gaat lekken. Meestal treedt dit pas op latere leeftijd op bij de grotere hondenrassen en is dit goed te behandelen. In een enkel geval treedt dit echter al op vrij jonge leeftijd op, wat betekent dat de hond gedurende lange tijd medicatie moet krijgen om het lekken te voorkomen. Het risico op incontinentie neemt duidelijk af door de hond één keer loops te laten worden.
  • Soms krijgt de teef een ander haarkleed ten gevolge van hormonale veranderingen.

Wanneer opereren?

  • De teef moet minimaal eenmaal loops zijn geweest.
  • Ze moet minimaal één jaar oud zijn.
  • De operatie wordt bij voorkeur 3 maanden na het begin van de loopsheid uitgevoerd: de kans op complicaties is dan het kleinst, aangezien de baarmoeder in een rustfase is (en dus minder goed doorbloed).

Dit advies geven we om de volgende reden:

Hoe minder vaak de teef loops is geweest, hoe kleiner de kans is op het ontwikkelen van borstkanker in het latere leven. De kans op incontinentie (soms pas jaren na de loopsheid!) is echter groter als de teef op jonge leeftijd gecastreerd wordt. Om een middenweg te vinden, laten we de teef het liefst één keer loops worden en moet ze minimaal één jaar oud zijn. De bedoeling hiervan is dus om zowel de kans op incontinentie als de kans op borstkanker minimaal te laten zijn.

Het tijdstip van de operatie is natuurlijk wel afhankelijk van de omstandigheden. Als de baarmoeder bijvoorbeeld ontstoken is, opereren we liever op kortere termijn.

De verschillende methodes

Medicinaal

Er bestaat een injectievloeistof om de loopsheid te voorkomen. Deze injectie moet echter ruim voor de loopsheid gegeven worden, anders zet de loopsheid alsnog door. De injectie bevat hormonen en de kans op bovengenoemde gezondheidsproblemen neemt toe. Wij raden het toedienen van deze injecties dus sterk af!

Buikoperatie

Bij deze methode wordt er een buiksnede gemaakt een stukje achter de navel. Via deze snede hebben we toegang tot de buik en kunnen de eierstokken en indien nodig de baarmoeder verwijderd worden. De hond heeft na de operatie dus één middelgrote wond.

Laparascopisch (via een kijkoperatie)

Bij deze methode worden er via 3 kleine gaatjes buizen in de buik van de hond gebracht. Via deze buizen kunnen onder andere een camera en instrumenten in de buik worden gebracht. Op deze manier kunnen de eierstokken via een klein gaatje worden verwijderd. Na de operatie heeft de hond 2 of 3 kleine wondjes.

Buikoperatie of laparascopisch opereren?

Het grootste voordeel van laparascopisch opereren is een kleinere wond en dus minder pijn en sneller herstel na de operatie. Dit geldt eigenlijk alleen voor de grotere hondenrassen, omdat de 3 kleine sneetjes bij kleine honden net zo groot zijn als één middelgrote.

Bovendien moet er tijdens een laparascopische operatie gas in de buikholte worden gebracht, om de organen zichtbaar te kunnen maken en ruimte te hebben om te opereren. Door dit gas neemt de druk in de buikholte toe en wordt er ook druk uitgeoefend op de longen en het hart. Bij kleine hondjes geeft dit veel meer nadelen voor de narcose dan bij grotere honden.

Wat snelheid van de operatie is er weinig verschil tussen beide operaties, bij kleinere honden is een buikoperatie zelfs sneller dan een laparascopische operatie (en de narcose dus korter).

Laparascopisch opereren is duurder, omdat er gebruik wordt gemaakt van dure apparatuur. Daarnaast wordt er meer materiaal gebruikt, wat na de operatie moet worden weggegooid of worden gereinigd.

Vragen?

Mocht u nog vragen hebben, u kunt de dierenartsen bereiken tijdens het telefonisch spreekuur (maandag t/m zaterdag tussen 08.00 en 09.00) of maak een afspraak met een dierenarts op onze vestiging in Leiden of Voorschoten.

Hond ehbo

 

 

 


Sterilisatie (castratie) bij de teef